Volg me op facebook Of volg me op Twitter
Sylvia Hubers
Bundels
Contact
Gebloemleesd
Links
Manlief schaakt
Speellijst
Vertaald
Links
log in
Wat als we niet waren betoverd

Nanoverhaaltjes, miniaturen, microromans, prozagedichten, handpalmteksten. De afgelopen drie jaar heb ik er ongeveer 1500 geschreven. Na een flink aantal noeste selecteersessies kunnen uitgeverij Prometheus en ik eind november een kloeke bundeling van 149 stuks presenteren.

Hieronder alvast enkele teksten uit mijn boek.

 

Waarom geen roman

Soms vragen de mensen aan mij: 'Waarom schrijf jij geen roman?' En dan wijzen ze een kort stukje aan in mijn boek. 'Hier, in dit stukje zit toch op zijn minst een roman van 375 bladzijden verscholen?'
Ik heb daarop geen antwoord. Op de meeste vragen van de meeste mensen heb ik geen antwoord. Ze zetten me wel aan tot denken, of tot het stellen van wedervragen: Zeg meneer de romancier, waarom schrijf jíj eigenlijk geen korte stukjes? Met een beetje meer moeite had je van die 375 bladzijden makkelijk een subliem miniatuurtje van 375 woorden kunnen maken. Waarom heb je dat niet gedaan?

 

Blikjes

Met mijn moeder liep ik langs een sportveldje. 'Kijk,' wees ze, 'mooi hè.' De berm langs het pad lag bezaaid met bierblikjes, allemaal groen. Het waren er zoveel dat het geen lelijk zwerfafval meer was, maar bijna een mozaïek van gras en blik in vele schakeringen van groen. Mijn moeder, die normaal herriemakers en vervuilers weleens een flink pak rammel zou willen geven, keek opgetogen naar al dat fraais in de berm. Raar, dacht ik, één blikje zou lelijk zijn, maar een heleboel tegelijk zijn samen iets moois. Misschien schuilt daar wel een gevaar in, dat iets lelijks in groten getale ineens heel mooi kan zijn.

 

Per ongeluk een totalitaire dictatuur

Tot onze grote verbazing hadden wij bij de laatste verkiezingen gekozen voor een totalitaire dictatuur.
'Wisten wij veel!' roepen we tegen de lieden die het ons aanrekenen. 'Het stond in het rijtje. Zet het dan niet in het rijtje. Van alles dat in het rijtje staat denken wij dat jullie erover hebben nagedacht.'
(...) 'We moeten zelf nadenken? Ja hoor, jullie denken zeker dat zomaar iedereen heel goed kan nadenken. Wij hebben wel wat anders te doen. Werken bijvoorbeeld, wat dacht je daarvan. Onze kinderen opvoeden. Onze vriendschappen onderhouden. Onze zieke familieleden verzorgen. En ons ontspannen hè, wat denk je, dat wij in onze spaarzame vrije tijd die ellendige rotkranten van jullie gaan zitten lezen die bol staan van gruwelijkheden en verwikkelingen waar een normaal mens geen snars van snapt? Als wij ons, omdat jullie dat zo graag willen, naar een stemhokje begeven - jullie houden van die percentages hè, hoog, hoger, hoogst - dan moeten jullie zorgen dat wij geen onvergeeflijke fouten kunnen maken. Achteraf een beetje tegen ons klagen dat wij de helderst klinkende, fraaist ogende, best besnorde en meest belovende kandidaat hebben gekozen, dat vinden wij laf. Had die kandidaat zelf uit het rijtje geknikkerd voordat wij onze onvergeeflijke keuze konden begaan!'

 

Mij kopiëren

De robots kwamen naar me toe en zeiden: 'Wij willen zijn zoals jij!' Ik had natuurlijk geen sleutel van mijn zijn en daarop zeiden ze: 'Dan gaan wij jou kopiëren, langzaam uiteenrafelen, geduldig observeren.' Ze zetten me in een hokje met camera's, microfoons en allerlei meetapparatuur. Maar in een klein hokje blijft er weinig van mij over. Daar heeft zelfs een robot niets aan.
'Ik vind jou niks leuk,' zei de robot die mij uiteindelijk uit mijn gevangenschap kwam bevrijden. 'Ik jou ook niet,' zei ik, maar inmiddels aan een licht stockholmsyndroom lijdend, ontfutselde ik hem bij de buitendeur toch een soort van zoen.

 

Aandacht

Wat is het kostbaarste, het kostbaarste, het allerkostbaarste waar ik mee rondloop?
Mijn aandacht!
En waar laat ik dat kostbaarste, het kostbaarste, het allerkostbaarste wat ik bezit op los?
Op filmpjes! Op foto's! Op berichten!
Als mijn man 's avonds na een lange dag werken moe thuiskomt, is mijn aandacht op.
Hoi schat, halve kus, ene oor open, andere oor de andere kant op ook.
Append giet ik de aardappels af en doe ik iets met sperziebonen dat afhalen heet. Dat dat zo heet, afhalen, weet ik van mijn moeder. Mijn moeder, in wier kostbare aandacht de sperziebonen, de aardappelen, haar man en ik ons nog geheel en al mochten verheugen.